Kajukenbo (of Kajukembo) is een hybride vechtkunst die karate, judo, jiujitsu, kenpo en wushu (kung fu) combineert. Het werd ontwikkeld in de jaren '40 van de 20e eeuw op Oahu, Hawaï, als methode van zelfverdediging — en is per definitie een systeem van wisselen tussen verdediging en aanval.
De naam komt voort uit de eerste lettergrepen van de vechtsporten waaruit het systeem is samengesteld:
Vijf leraren van verschillende vechtsporten op Hawaï verenigden zich om dit idee uit te voeren:
1945–1959 — In twee jaar tijd (1945-1947) brachten de oprichters hun kennis in de praktijk en testten geregeld situaties van agressie in het echte leven. Ze noemden het systeem "kajukenbo" en richtten de Black Belt Society en het Instituut van Zelf-Defensie Kajukenbo op. Meester Aleju Reyes opende in 1958 de eerste school buiten Hawaï, bij de Amerikaanse luchtmachtbasis Travis in Californië. In 1959 voegde sijo Emperado wushu-technieken toe en werd de stijl een vloeiende combinatie van harde en zachte technieken.
Na 1959 — Charles Gaylord, Tony Ramos en Aleju Reyes, die hun zwarte band van Emperado ontvingen, verspreidden kajukenbo over Amerika met elk een eigen school in Californië. In 1969 trainde Tony Ramos met Bruce Lee en wisselden zij methoden en ideeën uit. Charles Gaylord ontwikkelde de "methode van Gaylord" en werd voorzitter van de Kajukenbo Association of America.
Vandaag — Kajukenbo kent meer houdgrepen en worpen dan andere kenpo-scholen en concentreert zich op het echte gevecht: tegenaanvallen tegen vuistslagen, messen, stokken, vuurwapens en worstelen. Sommige scholen kennen 26 vormen ("kata's"), verdeeld in 13 "pinyans" en 13 "concentraties" — elk met een eigen naam die de kenmerkende beweging beschrijft. In sommige scholen speelt het Gebed van Kajukenbo (geschreven door Frank Ordonez) een rol; de les eindigt met een beroep op de drie elementen ziel, geest en lichaam en een respectvolle groet.